Ramadan. Ik hoor het aan de geluiden van mijn buren, waar onrust en stilte elkaar afwisselen op andere momenten dan gebruikelijk. Ik ruik het ’s avonds in de trappenhal. Ik merk het op straat. De gezegende maand, vertellen mijn moslim medemensen mij. Niet één van hen klaagt erover, integendeel. Het is nu het vierde jaar dat ik het van zo dichtbij mag meemaken, ervaren, horen, ruiken, voelen om mij heen. Het doet mij iets. Ik ga meer luisteren naar hun muziek, eet nog aandachtiger.

Ramadan verandert de sfeer in dit deel van de stad waar zoveel moslims hun leven hebben. Ik heb daar geen oordeel over zoals veel anderen. Voor mij is de stad en zeker deze wijk een plek waar ik mij thuis voel, mijzelf kan zijn, juist omdat anderen ook zichzelf zijn. Maar voor mij is wonen in deze stad vrij nieuw, dat realiseer ik mij ook. Wat als je bent opgegroeid in de ooit toch wel statige Lange Beeldekensstraat, wat als je in decennia de sfeer van de Offerandestraat zo ingrijpend hebt zien veranderen? Jouw buurt, waar jouw herinneringen liggen. Is dit nog jouw stad? Kun je nog jezelf zijn of zitten die anderen daarvoor in de weg?

Wat is thuis zijn eigenlijk? Een nostalgisch idee uit vroegere tijden, toen wijken nog overzichtelijk waren en buren op jou leken? Is het erg dat die tijd voorbij is? Waarom kom ik daar zelf juist in thuis, in een stad die voor mensen van 180 nationaliteiten, uiteenlopende genderidentiteiten, karakters en voorgeschiedenissen nu hun thuis is? Ben ik zelf niet ook eigenlijk een nieuwkomer? Kan Antwerpen haar kosmopoliete karakter dat ze altijd gehad heeft bewaren?

Om thuis te zijn moet je minimale geborgenheid kunnen ervaren. Wat hoop ik dat we die aan elkaar kunnen geven, niet perse op de manieren die we altijd gekend hebben, want onze tijd ontneemt ons dat allemaal, maar in gedeelde innerlijke vrijheid en ruimte om onszelf te zijn, want die ruimte creëren we hoe dan ook toch samen.

Foto: Litho “Gods barmhartigheid”, Raid el Wasety, uit Irak, inwoner van Lint