Twee keer op één dag. Uitspraken vanuit het hart die binnenkomen. Die kostbaar zijn. Waar je stil van wordt.

Vanmorgen een oudere met lange armoede-ervaring. Een verhaal vol aaneenschakelend leed dat ze zomaar begon te vertellen in onze werkgroep “Verzet-Je”, tijdens ons gesprek over de kloof tussen arm en rijk en hoe het is om aan de moeilijke kant van de kloof te leven. Ja, je voelt je door armoede buitengesloten, er niet bij horen, anders dan de rest, in een andere leefwereld precies. En als je iets loslaat over jezelf kijken mensen je glazig aan, dus dan denk je: “laat maar.”.
“Totdat ik een anderhalf jaar geleden bij jullie terechtkwam”, zegt ze opeens. “Het PSC is de eerste plek in mijn hele leven waar ik mijzelf kan zijn. En nu voel ik mij niet meer alleen.”
Wat een geschenk. Voor haar en dus voor ons.

Vanavond een Afghaanse jongere in onze Jongerenwerking. Hij wilde het eerst niet, want het is zo pijnlijk, maar toch deed hij zijn verhaal en was dan niet meer te stoppen. Over de Taliban, leven met het alomtegenwoordige geweld, zijn gedode familieleden, zijn lange vluchtweg, zijn moeizame leven hier met die ongelooflijk lange asielprocedure en de kapotmakende stress waar hij dag en nacht in leeft. Minutenlang uit hij zich hierover en ik kan alleen maar laten merken dat ik het vreselijk voor hem vind. Hij heeft hier geen familie, en vrienden maken is enorm moeilijk, zegt hij. Mensen begrijpen je niet, of roddelen, of je verliest ze. Maar dan dit: “Maar Joran is mijn broer.” Dat heb ik al gezien toen hij was binnengekomen: hij had onze Jongerenwerker uitvoerig geknuffeld en opgetild in zijn sterke armen. “Joran is mijn broer, bij hem kan ik terecht, ik kan honderd procent op hem vertrouwen, en dat zal ik in geen honderd jaar vergeten.”

Bij iemand jezelf kunnen zijn met al je miserie en voelen dat die persoon er voor je is. Hoe kostbaar is dat voor iedereen en zeker voor wie zo enorm veel ellende met zich meedraagt.

Zouden we dat niet allemaal voor anderen kunnen betekenen?

Ik ben er stil van.