Mijn man en ik zijn heel verschillend. In veel opzichten. En de verschillen worden nog voelbaar nu onze levensomstandigheden meer uiteenlopen. Hij is met pensioen, ik heb werk dat mij intens in beslag neemt. Dat contrast daagt ons voortdurend uit als we samen zijn.
En uitdaging is goed, dat houdt je scherp. Dat omarmen leer je wel in 40 jaar huwelijk.
Zo heb ik het altijd toegejuicht dat hij technisch intelligent is. Dat houdt mij als theoloog met de voetjes op de grond. Hij toetst bijvoorbeeld of mijn preken zinnig zijn voor een gewone mens. Tegelijk heeft hij van mij dan weer geleerd dat mijn (en veel) bekommernissen niet te fiksen zijn, maar gewoon beluisterd willen worden.
Gisteren voelde ik het contrast tussen ons heel scherp aan. Terwijl ik als eerste werkdag na vakantie mijn mails doorwerkte, kerkdienstvoorbereidingen uitdiepte, documenten schreef en een aantal uren de tijd nam om verder te lezen in het nieuwe dikke moeilijke boek van Andries Baart over de presentiebenadering – sleepte mijn man onze voorberging leeg en stak hij spades in de grond om een groot gat te graven. Elk zijn en haar diepgang, zullen we maar zeggen. Zat ik met mijn koffietje naast me in dat dikke boek te graven, hij stond met zijn handen en voeten in de modder die klus te doen waar hij al weken tegenop zag. Amai, respect.
Op zulke momenten denk ik ook aan al die mensen die onze samenleving vorm geven in fabrieken, havens, loodsen, bouwputten, …. Al dat enorm zware werk dat zo weinig zichtbaar is en zo weinig erkenning krijgt. Terwijl mijn vorm van intelligentie nog altijd hoger wordt aangeschreven, in diploma’s, aandacht en aanzien. Alleen universitair geschoolden heten “experten”, hoe zot is dat.
Nee, we hebben elkaar nodig, voortdurend, ten gronde. Laten we het daarop houden.
Leave A Comment
You must be logged in to post a comment.